
De molen van Nauerna
De blauwe reiger, de witte zwaan
De poelsnip, vergulde haan
De bonte kraai, de grauwe gans
De Paauw kreeg een nieuwe kans
Bijna verdwenen, bijna vergaan
Als een vogel Phenix is hij opgestaan
Hij staat er weer in volle glorie, puntgaaf
De Paauw bleek een witte raaf
De molen van Nauerna, de molen van Nauerna
De molen die staat nu weer fier op de kaart
De molen van Nauerna, de molen van Nauerna
De molen aan de Nauernasche Vaart
De wind neemt soms toe, soms neemt hij af
Dan is het dunne wind, dan is hij straf
De molenaar die dat naar de molen vertaalt
Hij woont in de molen, waar hij van verhaalt
De juiste cadans als je klopt of je maalt
Maar de wind is de baas, de wind die bepaalt
De kap wordt gedraaid, de vang wordt gelicht
Het klopt weer, het is een prachtig gezicht
Refrein
Hij trilt, hij briest, maakt een eigen geluid
Hij praat, ’t is soms net of hij fluit
De molen is zichzelf, dat is een feit
De molen heeft een eigen identiteit
En met meer dan honderd decibellen
Spreekt de molen hier een eigen taal
Wat willen nu de stampers ons vertellen
Een schitterend en positief verhaal
Refrein
En miezert het de hele dag en de lucht is grauw
Dan schittert daar toch altijd nog De Paauw
Tekst en muziek Cees Halff